GrisInvoerHulp
Home Up GrisInvoerHulp GRIS25 GRIS24 GRIS23 GRIS22 GRIS21 GRIS20

Richtlijnen voor invoerders
Op veler verzoek gaan we een aantal richtlijnen opstellen voor invoerders. Bij het maken van de CD hebben we gemerkt dat een aantal zaken door de vrijwilligers nogal verschillend worden geïnterpreteerd, wat veel tijd kost aan correctie en standaardisering. Misschien kunnen we dat voorkomen door een aantal zaken af te spreken. Graag krijg ik dan ook reacties op deze richtlijnen, en vooral opmerkingen over wat ontbreekt. Al uw vragen graag naar Jo Hoen, via e-mail of schriftelijk.
Technische zaken blijven in deze rubriek voorlopig buiten beschouwing: dat is het terrein van Arie Marchal. Vragen daarover moeten dus aan hem gericht worden.  

§ 1. Schrijfwijze van namen.

Ten overvloede nog maar eens: bij het invoeren moeten de familienamen letterlijk uit het origineel worden overgenomen, dus echt zoals het er staat. Dat geldt ook voor plaatsaanduidingen. Als u zeker weet dat wat er staat, niet juist is of tot verwarring kan leiden, kunt u dat aangeven in het veld opmerkingen. Een voorbeeld: U komt in het doopregister herhaaldelijk een Jan Ramakers tegen, maar bij één inschrijving Jan Senden. Hij blijkt de zoon van Alexander te zijn, wiens roepnaam (vulgo!) Send is. Daarvandaan het gebruik van het patronymicum (= vadersnaam) Senden. U moet dan toch Senden invullen, maar kunt bij de opmerkingen vermelden dat de familienaam eigenlijk Ramakers is. Hetzelfde geldt voor aliasnamen of beroepsaanduidingen als "d'r bruër", "der sjmeedt", "der mulder" etcetera.
De familienaam moet zowel bij de dopeling als bij de vader worden ingevuld. Meestal is dat dezelfde, maar vooral bij onwettige kinderen kan hij verschillend zijn. Als in het register twee verschillende schrijfwijzen bij vader en kind worden gehanteerd, moeten ze ook verschillend worden opgenomen.
Voor voornamen in principe hetzelfde, met dien verstande dat de naamvalsvormen tot de eerste naamval moeten worden teruggebracht. Daar hoeft u zich overigens niet echt druk over te maken omdat dergelijke varianten in het "grote", samengevoegde bestand vrij gemakkelijk te vereenvoudigen zijn. Ook afkortingen kunnen beter opgelost worden, maar in geval van twijfel is het het beste om zo letterlijk mogelijk weer te geven wat er staat.
Als u iets niet kunt lezen, zet dan bij voorkeur een vraagteken. Liever geen mogelijke oplossingen tussen haakjes; die worden naar het opmerkingenveld verwezen. Voor datumproblemen zijn technische oplossingen bedacht; zie daarvoor  Help onder F1.

§ 2. Standaardnamen.

Om het zoeken op de CD te vergemakkelijken, wordt gebruik gemaakt van Standaardnamen. Gewone zijn samengesteld door de computer, Toegekende zijn aangewezen door genealogen van de Stichting LGA. Het is een hulpmiddel, niet meer en niet minder.
Voor alle duidelijkheid: een gegevensbron - en dat willen onze bestanden in GRIS en op de CD zijn - mag niet "besmet" worden met interpretaties! Het interpreteren van de gegevens moet worden overgelaten aan de genealoog of historisch onderzoeker! Een computer kan veel, en we kunnen hem ook veel leren, maar de eindbeslissing en de verantwoordelijkheid voor de inter­pretatie blijft bij de mens liggen. Daarvandaan hameren we telkens op het exact invoeren van de gegevens.
Het toekennen van standaardnamen berust dan ook niet op de gedachte dat iemand tot een bepaalde familie behoort. De bedoeling ervan is de onderzoeker de mogelijkheid te bieden alle relevante gegevens terug te vinden, en niets iets over te slaan omdat er van de naam nog een variant bestaat waar hij niet aan gedacht heeft. Natuurlijk zal hij dan ook gegevens voorgescho­teld krijgen, die voor hem niet van belang zijn, maar hij kan die eruit schiften. Het terugvinden van patronymica en aliasnamen is inmiddels al vereenvoudigd, doordat men ook op de moeder of op getuigen kan zoeken! En een beetje moeite mag het toch wel kosten, want als stambomen via een druk op de knop kunnen uitgehoest worden, verliest het genealogisch onderzoek toch wel een groot deel van zijn charme.
Bij voornamen brengen standaardnamen andere problemen met zich mee. De mensen gebruik­ten in het dagelijks leven natuurlijk geen Latijnse vormen van hun naam; ze kenden die soms niet eens. De pastoor koos vaak een passende heilige bij de naam die hem werd opgegeven. Maar niet iedereen koos dezelfde oplossing. Zo "vertaalt" de ene pastoor Geel in Michael, de andere in Aegidius: Mees wordt Bartholomeus of Remigius, Janus wordt Sebastianus of  Joannes, Eutgen wordt Oda of Ida, Neulken wordt Petronella of Cornelia. We kennen de Latijnse vorm toe aan de varianten, wat inhoudt dat men Geel zowel onder Michael als onder Egidius terugvindt. Een onderzoeker met enige ervaring zal onder beide standaardnamen zoeken!
Voor Standaardnamen wordt de eenvoudigste vorm gekozen: dus meestal de meest "uitgeklede". Alle voorvoegsels en andere toevoegingen verdwijnen. Overbodige letters worden weggelaten: 'ae' wordt bijvoorbeeld 'a'', 'ck' wordt 'k', 'sz' wordt 's'. Wie denkt dat hem op die manier toch nog iets ontgaat, kan altijd nog via de "Soundex"- methode zoeken.
Zoals boven uiteengezet, hoeft u zich niet druk te maken over Standaardnamen. Als u het toch wilt doen voor eigen gebruik, is dat geen probleem. U moet er wel rekening houden dat wij ze wellicht niet zullen overnemen, ook al omdat voor ons plaatselijke varianten niet relevant zijn. 
Bij het toekennen worden ook verkeerde naamvallen en afkortingen ondervangen. Dus Joes is terug te vinden onder Joannes, Mra onder Maria, Annae onder Anna, Agnetis onder Agnes. Natuurlijk zullen ook hier niet alle denkbare mogelijkheden in eerste instantie worden gevangen, maar indexeren is tenslotte niets anders dan het zo goed mogelijk vergemakkelijken van het onderzoek en niet de ultieme beantwoording van alle vragen
In de volgende paragraaf zal worden ingegaan op het Latijn en zijn naamvallen. Die paragraaf zal worden opgenomen op de webpagina van Arie Marchal (http://www.gendawin.nl) en daarna in het volgende GRISNEWS. Inmiddels houd ik mij aanbevolen voor op- en aanmerkingen, graag naar: johoen@kpnplanet.nl of naar Wilhelminastraat 16-27, 6131 KN Sittard

§ 4 Werkwoorden in het Latijn

Het is niet mijn bedoeling om alle vormen van het werkwoord hier te behandelen; daarvoor verwijs ik naar een spraakkunst. De meest voorkomende vormen zijn vaak terug te vinden in woordenboekjes en/of woordenlijsten. In de teksten waar wij bij het invoeren te maken krijgen, komen bepaalde werkwoordsvormen wel voor. Vandaar een (zeer) beknopte uitleg. Het Latijn maakt weinig gebruik van persoonlijke voornaamwoorden; alleen als ergens de nadruk op gelegd moet worden.
We treffen dan aan vormen als:

  ik jij hij zij het wij jullie zij
1e naamval ego tu is ea id nos vos ei
2e naamval mei tui ejus     nostrum vestrum eorum
3e naamval mihi tibi eo     nobis vobis  
4e naamval me te eum eam eum nos vos  
5e naamval me te eo     nobis vobis  
Het werkwoord wordt vervoegd, aan de vervoeging ziet men welke persoon bedoeld is. Als voorbeeld het (onregelmatige) werkwoord zijn
  enkelvoud meervoud
1e persoon sum ik ben sumus wij zijn
2e persoon es jij bent estis jullie zijn
3e persoon est hij is erunt zij zijn
In onze teksten wordt bijna uitsluitend van de eerste of derde persoon gebruik gemaakt.
Baptizavi = ik heb gedoopt, conjunxi = ik heb verbonden, contraxerunt = zij hebben gesloten, obiit = hij is gestorven, solvit = hij heeft betaald, debet = hij is schuldig, stetit = hij heeft gestaan (bijv. als doopgetuige voor iemand anders), dixit = hij heeft gezegd, nominavit = heeft genoemd.  
Veel gebruik wordt gemaakt van het onvoltooid deel woord, dat normaliter wordt samengesteld uit de stam van het werkwoord en -ens. In het Nederlands komen we nogal wat van die woorden tegen:
agere = handelen agens = handelend [agent]
docere = onderwijzen docens = onderwijzend [docent]
ambulare = wandelen ambulans = rondwandelend [ambulant, ambulance]
declarare = verklaren declarans = verklarend [declarant]
preesse   = aanwezig zijn presens = aanwezig [present]
laborare= werken laborans = werkend, strijdend met een ziekte [laborant]
levare = opheffen levans = verheffend [levantes = doopheffers]
tenere= houden   locum tenens = plaats houdend [plaatsvervanger bij doop]
predicare = voorschrijven predicans = voorschrijdend [predikant]
presidere = voorzitten  presidens = voorzittend [president]
residere  = verblijven   residens = wonend [resident]
scribere = schrijven  scribens = schrijvend [scribent]
servare = dienen   sevans = dienend [servant]
vivere = leven  vivens = levend

Up GrisInvoerHulp GRIS25 GRIS24 GRIS23 GRIS22 GRIS21 GRIS20